Hikikomori

Charlie voelt ‘t bloed kloppen in de toppen van zijn vingers. Een zweetluchtnevel beweegt zich ongezien door de kleedruimte. Daar, achter de deuren, piept afdank-Adidas gedempt op gymzaalvloer, dreunen trefballen op slachtoffers, snerpen fluitjes, razen leerlingen als oorlogshonden, wild geworden. De figuur tuurt minutenlang naar de spiegel van de douche. In de condens is hij onzichtbaar, bijna.

Hij denkt aan ‘n meisje dat tijdens de pauze een vluchtige kus geeft op z’n wang en wegloopt. Hij herinnert zich het gevoel: alsof dit het moment is waarop blijkt dat hij er mag zijn. Ze deed het! Ze deed het! wordt er schimpend gelachen, als ze terug-danst naar de klas. Triomfantelijk komen ze uitleggen dat ze bij truth or dare de lelijkste jongen in de klas moest zoenen. Ze deed het, ze deed het. De zoen schrijnt gloeiend op z’n wang als een hatelijk brandmerk.

Hij denkt aan alleen zitten in een kantine, groot als een kathedraal, en zes kinderen die eten naar hem gooien. “Kijk hoe verdrietig hij is!” lachen ze. Hij denkt aan de zoveelste onvoldoende krijgen en z’n gelovige lerares die voor de hele klas stelt: “Mensen zoals jij werden door God op de aarde gezet om te tonen hoe je niet  moet zijn.” Hij denkt aan een jongen die op een feestje die avond op hem af komt, hem vertelt: “Ik wil niet lullig doen, maar mensen zoals jij zijn eigenlijk niet bedoeld voor deze wereld. Niemand wil jou hier, maar ze durven het niet te zeggen. Je maakt iedereen ongemakkelijk.” Hij denkt vaak aan de dood, daarna. Er ontsteekt een kleine storm in hem.

Hij denkt aan een roedel meisjes die zijn naam aanhaalt. “Ik zou geen meisje met Charlie kunnen zien…” “Sst, daar is hij!” “Praat niet over meisjes bij hem, hij is zo puur en onschuldig!” En hij blikt terug op tot pulp geslagen worden door de jongens in modder, en dat zijn moeder hem daarvoor huisarrest geeft.”Slik je tranen in, flikker,” zou zijn moeder sissen, dronken. En hij die ‘s avonds luistert naar tirades achter muren, tussen haar en zijn vader, dat ze hem ‘t kwalijk namen dat hij het ongeluk overleefd had, niet zijn broertje.

Hij denkt aan z’n vader. Chronische pijn weet hij, oneindige rijen potjes met pillen. Gesprekken die verdampen in de afzuigkap. Witte knokkels onder keukentafels en wachten tot de woorden minder wegen. Hij denkt aan gebottelde haat en hoe zijn vaders vader hém opvoedde met perpetueel woedend zijn. Hij denkt aan deuren die slaan alsof ze voorgoed dicht zijn, beschonken bekentenissen over revolvers in nachtkastjes, aan verwijten vuren op hem, voortdurend, als kogels.

Hij was acht toen z’n vader dronken vergat dat ‘t stuur bestond, en ze zich terugvonden in donkerzwart diep, longen vol water. Hij was acht toen zijn vader daar z’n ruggengraat brak en er meer dan dat in hem knapte. Drie mensen dreven stikkend in zinkend metaal, en twee kwamen boven, als tegenstanders. Alcohol verdoofde zijn vaders eerste dag van een leven aan pijn, maar de woede was al vertoornd als een ziektekiem en losgelaten.

Hij denkt aan thuiskomen in een donker huis. Half verborgen in het lamplicht zit pa als altijd op z’n stoel, vastgekoekt. De afstandsbediening ligt buiten bereik. Dit keer heeft hij z’n hand geklemd om de revolver in z’n mond. De laatste pijnstiller, noemde hij zijn kogels, bijna liefkozend. Charlie staat een minuut lang versteend te luisteren naar het getik van staal tegen kiesvullingen. Beide generaties verlamd in hun keuzes. Uiteindelijk legt z’n vader het weg, en hij kijkt op naar zijn zoon, duidelijk teleurgesteld in zichzelf. De storm sjort aan het huis alsof het wakker moet worden.

Het gymzaallawaai overstemt zijn herinneringen en hij tuurt opnieuw naar de spiegel, waar hij nu volledig in de condens verdwenen is. Hij denkt: Is dat wat leven is? Andere gangen nemen om geen paden te hoeven kruisen met iemand, omdat ze over je na kunnen denken? Toeschouwer zijn van je leven tot je na 75 jaar vernedering het loodje legt, dood geboren? Jezelf verbergen in verzegelde kamers, zo ongelooflijk veilig voor ooit groeien als mens, is dat wat leven is? Of is het  je leven in eigen handen nemen, en een man zijn, zoals je moeder zei? De laatste pijnstiller toedienen, zoals je geleerd is? Eenmaal een loser altijd een loser. Laten we zien wat er gebeurt als je fuckt met de verkeerde. Ze verdienen pijn, zoals jij.

Vier huismoeders stoppen voor een schoolplein om bij te praten. “Heb je gehoord van die jongen op het nieuws?” “Ik had er over gelezen ja, volgens mij was ‘t een sociopaat, moet haast wel.” “Ik hoorde iets dat hij schizofreen was, of nee, bipolair en manisch depressief. Hoor je vaak over.” “O, maar hij was gewoon gek.” “Precies, zaak gesloten toch. En gelukkig maar dat het hier niet gebeurd is, God nee. Hoe gestoord moet je zijn om tot zoiets te komen?” “Gestoord, ja.” De vrouwen knikken instemmend, stappen respectievelijk in hun eigen auto’s, en rijden naar geestelijk gezonde gezinnen, gezinnen waar mannen niet huilen en vrolijk zijn vereist is, gezinnen waar gevoelens netjes weggestopt worden naast kogels, in nachtkastjes als kleine grafkistjes, gezinnen waar dit nooit zou kunnen gebeuren, nooit.

Advertisements

The Boy Who Didn’t

Because it was Halloween, the theme is death. I’m only joking. Because it’s me, the theme is death. After all, I was born around Halloween, and death will fuck us all.

I’m pretending to follow my an imaginary class at the moment since my life is lacking in learning. For now I’ll apply at the School of Feigned Indifference. We offer a wide arrangement of shrugging classes, followed by an intensive panic attack seminar around noon. I reckon I’d be a half-decent teacher in Miscommunication class myself, except the students would probably all think I’m teaching them physical education. Eventually, when the crisp leafs of autism fall, we will blog essay-long interviews with ourself for our offbeat English class; proclaiming we’re unique snowflakes and need to be acknowledged, whilst moaning in agony. “This room is too exhausting, this sweater is too constricting, and our curriculum is a contradiction to every worthy aspect of life.”

Our dorm is looking for a roommate, please apply below. We’d like it if he sits on his ass all day, paralyzed by any basic human responsibility. Door preferably always closed – and if it’s possible, it sounds like there’s no one home at all. A personality like a silent, locked room, if you will, like a person holding his breath forever just so people don’t notice his shadow. Averts gaze to some place in his mind where it’s probably 15 years ago and high summer. Will get demotivated by people believing in him, because he feels like it’s too late, and they just don’t see it yet. Sees friendships as idle timebombs, ticking to zero. Will push away people trying to connect, to avoid responsibility of maintaining friendships, and will reject any help since he’s busy burning bridges. Will avoid going for errands to not have to interact with us. Will look frozen in time like a 2000 year old statue, still the kid he was at 10 years old, frightenend at the fast moving intensity of life, while all the social seasons change to winter.

My mood is like the weather, my overall outlook on life is like the climate. You can see unpredictable an erratic changes in the weather with a hurricane here and there, but if you follow it by the years you can see an overall pattern. There are holes in my atmosphere and the seas are warming up slowly but surely. Something’s brooding. You can predict the climate of the next 60-80 years from there, and it’s not about preventing damage anymore, it’s coping with what we still have. But yeah, I’m sure getting a job or a hobby will solve that, just like Jobs and Hobbies are going to make world peace and like Jobs and Hobbies aren’t just something that we do while the Gotterdammerung looms. Do you know what’s undisputably the greatest lie ever told in climate change? “It gets better.”

My brain is a piece of shit. Great people built piramids and grand castles thousands of years ago, conquered unknown lands, hunted for their survival, their bodies full of adrenaline – one with nature. And me? I build temples of leftovers and shrines of plastic, see the bathroom floor as conquering unchartered terrain, and will hunt pizza online with a virtual spear, tired by existing alone. I’m so very fucking tired.

“Writing should’nt be thinking aloud and agreeing with yourself.”
So true, I chuckled. “But when is this post going to be funny?” the reader murmured, visibly uncomfortable. No answer. 

Infected humans can be subject to some equally weird symptoms, which Kathleen Mcauliffe described in her extensive coverage for The Atlantic. Groundbreaking research showed that infected men tend to be more suspicious, withdrawn, and prone to breaking rules, while infected women are more trusting, outgoing, and law-abiding.

That’s taken from this this article about Toxoplasmosis, a bacteria transferred by cats, making people withdrawn, so they stay at home to care for their cat, and in that way, sustain the bacteria’s lifespan. Those goddamn cats have been enslaving us since Egyptian cat-worshipping was a trend. It reminded me of a fungi that takes control of an ants brain and makes it kill itself, allowing to grow out of his head like a morbid flower. In a very stripped down way, mental health concerns like depression is like that, except there’s nothing that grows out of it. So what I’m saying is, let’s pretend my metaphor works.

It’s like those people who can’t but help to punch themselves in the face. Asking why they do it solves nothing. I have to go against the fabric of “logic” every day doing stupid shit that doesn’t make sense, and somewhere along the lines, I hope to see that my worries turn out to be nothing more but a natural reflex, an instinct glitch, or an evil Egyptian cat’s bacteria puppeteering my mind.

I assume this concludes our first semester on the school of Feigned Indifference. I’m your headmaster: who the fuck cares. Lets get back to our Jobs and Hobbies, am I right? I mean, I can’t even hear myself crying over the sound of other people bonding, but at least I have a Job so I fit in this society as a Happy and Fulfilled person! Put your underachievement trophies next to your worn out smiles. Pack your bags under your eyes. The fraternities of Indifference Campus are going rogue in my absence, and will actually start mowing the lawn. Let’s be a little less like them.

Signed dearly,

The Lost Caustronauts

(That sounded cooler in my head)