November is de donderdag van het jaar

Probeer vooral rust te vinden in de grootheid van alles, en geluk vinden in de Kleine Kutdingen zoals hoi zeggen tegen de groenteboer en dat-ie dan zo half terug knikt van ja leuk hoor. Ze zeggen dat ‘t helpt. Het is belangrijk om Kleine Kutdingen te doen waar je je mee bezig houdt, anders denk je te veel na over hoe de zon er uitziet zeven biljoen jaar van nu,  en de levensloop van de glasaal. Het vertroebelt je denken en is nergens noodzakelijk.

Als kind dacht ik na over Grote Klotedingen.
Ik zeg ‘t niet op een manier zo van “O wat was ik een unieke sneeuwvlok van een kind vroeger, de verloren gewaande oester van de parel in God’s hand”, maar aan de andere andere kant,  waarom zou ik anders hierover beginnen? Waar was ik. O ja, ik was geïnteresseerd in dingen zoals de prehistorie, het heelal en de altijd imminente dood. Ik denk dat ik acht was toen ik in bed panikeerde over hoe moet ik ooit een hypotheek regelen en een huis bouwen en hoe krijg ik een baan als ik niet binnen de lijntjes kan kleuren, al dat soort dingen. Gelukkigerwijs bleek dat dat pas over duizend jaar zou gebeuren en ik dan compleet klaar was voor de Grote Wereld, want dan ben je Volwassen en kun je opeens Dingen.

10 jaar later vind ik mezelf terug in een poel mysterieus vocht op zondagochtend. In de deemstering gloeien de lampjes van de laptop, in morse-code lachend naar mijn zelfgebouwde gevangenis van ondermaats presteren. Ergens in het slijk van m’n brein pruttelt de innerlijke monoloog. Ik denk na over dingen als “Wist je dat Tinder zo heet omdat “tinder” de kleine stokjes zijn die je  gebruikt om een vuur op te stoken voor je het aanwakkert?  Tinder plus matches – ofwel tinder is een matchmaker? Jij bent het sprokkelhout, ik ben de lucifers. Ik ben de vonk die het vuur in je tondeldoos aanwakkert.”

Mijn gedachten dwalen af, soms. Ik las vijf jaar geleden dat katten het niet leuk vinden als je naar ze staart, dus wend ik altijd eerst mijn blik af als ik er één tegen kom. Dan weten ze dat je ze niet als een prooi ziet. Ik heb niet gekeken of het klopt dus als uiteindelijk blijkt dat het bullshit is,  zullen een hoop katten me een onbetrouwbare walnoot vinden, en zal ik een hoop tijd verkwist hebben in hypothetische katten-etiquette. Aan de andere kant, als je op het punt bent in  je leven dat je geeft om je reputatie bij de katachtigen kun je maar beter helemaal naar huis gaan.

Wat mijn punt was, is dat je nooit geheel voorbereid kan zijn op wat het leven je biedt. Het leven duurt lang. De jeugd duurt kort, en koester dat, zei mijn beppe altijd, minzaam over haar rimpels en kinnen wrijvend. Ik vroeg me dan vervolgens af wat mijn beppe in mijn huis deed, pratend over de vluchtigheid van de jeugd. Doet er niet toe. December is hier, doet voorzichtig haar winterjas aan. Met de kou komen de gedachten van voorgaande winters, die me als een deken omvatten, donzig. Ik kijk uit naar kerstmarkten en stomende boerenkool-met-jus, naar lampjesschepen in de gracht en de specifieke scherpheid die de lucht wasemt.

Wat je moet weten is dat je nooit terug moet kijken, daar is niks. Altijd Nordic-walkingsgewijs doorstappen, al is het door tot Slush-Puppy sneeuw of lentedauwgras. Je bent er maar even, als lichaam dat ervaringen opslaat en dan weer opgenomen wordt in de aarde. Vergeef jezelf eens voor de kleine fouten die je mens maken, jij uiterst sneue dennenappel. Het zal niet altijd even makkelijk zijn, of even hoopvol, maar dat het er is, is al goed, en dat het vooruitgaat, is nog beter. En dat kan alleen als je ‘t elke dag doet, door sneeuw ploegt zonder denken, en aanvaardt dat jij misschien ook een beetje mee-verandert.

 

 

 

Advertisements