Vermomde angst

Soms jeuk ik aan m’n neus en voelt ‘t alsof het zin heeft. In mij geen star spook, dat maar niet mengen wil met de geesten op ‘t jaarlijkse fantomenfeestje. Ik ben er. Overweldigend helaas zijn dan ook de dagen die me week maken. Een weekdiertje op sterk water, of in een te klein aquarium? In ieder geval, eerst voelde ik niets, nu voel ik te veel, en voelen is godverdomd eng geworden fam. Ik verheel mezelf voor wat ik wegdrukte, en soms komt alles naar boven, als een hete, doelgerichte stroom gal. Maar esthetisch aanvaardbaar gal, dat is ‘t wel weer.

Anti-depressiva doen dat blijkbaar. Dan opeens zie je hoe weinig je eigenlijk open stond voor de wereld, hoe zangerig New Age dat ook mag klinken. Binnenkort sta ik in het zand quasi-tantrisch te mastur-mediteren met Hare Krishna sloeries en van die helende edelstenen op m’ n buik. ‘t Is wat beter dan beschonken 24/7 internet te bestuderen, series te her-kijken en ontwaken na het noen-uur. Ik ben geïnteresseerd in mensen, en ‘t kost me geen moeite. Ik noem dat persoonlijke groei. Ongelukkigerwijs zijn de extremen groot, en kan ik me in de Donkertes niet herinneren dat ik me ooit goed voelde, dat ik ooit iets voelde. Daarom is het bijhouden van wat ik meemaak essentieel, en ook leuk voor later om jezelf teut over kapot te schamen haha.

Ik kan eerlijker zijn tegenover mezelf. Merk dat ik ideeën kan vormen. De drempel om dingen te doen wordt minder, en zoals ik normaal de elementen van de aarde vervloekte op de fiets, fiets ik nu gewoon, en de wind kan longkanker krijgen. Desalniettemin blijf ik vrezen dat ik terugval, gezien ik een neiging heb tot zelf-sabotage zodra er dingen beslist moeten worden. Op dat soort momenten zijn mijn Donkertes het grootst.

Gedachten zijn gewoon gedachten voor de persoon die zich er niet door laat kenmerken.

Sommige afgunst die ik voelde voor sommige zaken en mensen bleek enkel vermomde angst, ongegrond – en werd vervangen door begrip. Haat is niets. Een achterhaald concept waaraan de ellendelingen zich vastklampen, en alles naar beneden ramt, per direct rock bottom in. In de miserie van hopen en cynisch zijn stel ik een nieuwe stijl voor: Malheureux-chic. Het is een soort dadaïsme, maar dan cooler. We maken kunst gebaseerd op zwartgalligheid met een komisch randje, zo van hé, moet ‘t nou zo. Ik kom hier later wel op terug.

Omstanders merken dat ik veranderd ben, en zij hebben voorlopig een voorsprong op dat wat me beweegt. Een avant-gardist in eeuwig achterlopen ben ik slechts. Misschien tijd om met het tij mee te keren. Misschien minder drinken, soms.

Ik merkte dat ik me afsloot in m’n condo, en als ik mensen opzocht, eigenlijk daar nog was. Ik dronk in m’n eentje, met anderen. Vorig jaar had ik anderhalve opleiding afgerond kunnen hebben. Soms hoop ik dat ik terminaal ben, dan heeft de nutteloosheid tenminste zin. Het breekt m’n hart te zien hoe anderen lijden onder mijn status quo. En ik durf niet vast te houden aan de hoop dat nu alles in één keer goed komt. Doch als ‘t nu tegen zit, dan kan dat, voor mijn part. Ik voel me absoluut verschrikkelijk en ongelofelijk goed. Maar dat ik voel, is goed genoeg.