Eigenlijk

 

ik ben m’n eigen ergste vijand
en
wens zelfs mij mezelf niet toe
ik, tegenstander, onverslagen
bodemloos al uitgeput

 

schaf mij aan voor vijandprijs

de rente daar mijn zaniktaks

waarvan accijns mijn hartenspijt en

sorry maar oneindigend

 

ontmanteld aan je stoep geleverd

over aan mijn kanker-zelf

kon ik maar met goudverf lijmen
wat ik in mezelf als scherven zie
stiekem steekt ‘t dat ik niet moet hechten
waar ik om moet gaan met gebroken zijn

Advertisements